PC, toegang tot het Internet, woordenboeken op het Internet, PowerPoint, projector
De leerlingen moeten al vertrouwd zijn met het vocabulaire dat gerelateerd is aan plaatsen en voorzieningen in een stad en aan sport, hobby’s en ontspanning
De groepjes kijken en luisteren naar de presentaties en maken aantekeningen over de aspecten die ze goed of niet goed vonden. Ze delen dit commentaar met de hele klas. De docent moet wijzen op belangrijk vocabulaire of belangrijke structuren die veel gebruikt zijn in de taak en moet helpen met taalproblemen.
De leerlingen hebben het goed gedaan als ze het volgende bereiken:
De leerlingen moeten al vertrouwd zijn met PC/programmatuur, opdrachten om het Internet te doorzoeken, met PowerPoint. Presentatievaardigheden en het werken in groepjes worden verder ontwikkeld.
Misschien is er aan het begin enige hulp nodig wat betreft de inhoud, de stijl en de vorm van de presentatie.
De ICT-vaardigheden zijn belangrijke competenties voor onderwijskundig, sociaal en werk-gerelateerd gebruik.
De taak vereist essentiële competenties bij het werken met anderen.
De taak maakt het makkelijker om ICT in de klas te gebruiken en moedigt samenwerken aan. De motivatie van de leerlingen wordt bevorderd door de ontwikkeling van nuttige vaardigheden voor het echte leven, die leerlingen bij het leren in hun verdere leven goed van pas kunnen komen.
De taak bevat een aantal belangrijke aspecten van taalcompetenties in nationale leerplannen, de ontwikkeling van ICT-vaardigheden en samenwerking.
Men kan de specifieke situatie wijzigen, aanpassen en uitbreiden, indien het leerplan dit nodig maakt, terwijl men toch de essentie van de producten en de vereiste vaardigheden bewaart. Zulke wijzigingen maken het misschien nodig het ERK-niveau aan te passen. De ERK-niveaus die voor deze taak genoemd zijn, hoeven geen beperkingen in te houden voor de vaardigheidsniveaus waar deze taak voor geschikt is. Docenten kunnen hun professionele deskundigheid gebruiken om te bepalen welke wijzigingen nodig zijn.